Recordaantal meldingen verward gedrag: stop met politie als noodopvang voor ggz

De politie wordt steeds vaker ingezet als vangnet voor falende geestelijke gezondheidszorg. Dat moet anders. Zolang mensen met ernstige psychische problemen pas hulp krijgen als situaties escaleren, blijft de politie noodgedwongen taken uitvoeren die niet bij haar horen. Snellere en ruimere zorginterventie is noodzakelijk om deze trend te keren.

De politie in Amsterdam moest in 2025 ruim 11.500 keer in actie komen vanwege meldingen over mensen met verward gedrag. Dat is een forse stijging ten opzichte van het jaar ervoor en goed voor meer dan 40 procent van alle overlastmeldingen in de stad. Ook landelijk is de trend duidelijk: bijna 170.000 keer kwam de politie in actie, een stijging van 12 procent (NH Nieuws, 2026). Het bevestigt wat al langer zichtbaar is op straat: de politie wordt steeds vaker ingezet voor problemen die niet bij haar primaire takenpakket horen.

Agenten fungeren in toenemende mate als eerste opvang voor mensen in een psychische crisis. Dat is het gevolg van structureel afbouwen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Jarenlang is zorg uit instellingen weggehaald, terwijl er onvoldoende alternatieven in de wijk zijn gerealiseerd. Crisisbedden verdwenen, begeleiding versnipperde en verantwoordelijkheid raakte verdeeld over te veel partijen. Het resultaat is een groeiende groep mensen die geen tijdige hulp krijgt en uiteindelijk op straat belandt.

In Amsterdam zijn bepaalde wijken extra zichtbaar in de cijfers, maar het probleem beperkt zich niet tot de grote steden. Overal in Nederland lopen zorg en veiligheid door elkaar omdat mensen pas hulp krijgen als de situatie al is geƫscaleerd. De politie wordt dan ingezet als laatste redmiddel, terwijl zij niet is toegerust om structurele psychische problematiek op te vangen.

Daar komt bij dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) in de praktijk eerder belemmert dan helpt. De wet is doorgeslagen in bureaucratie en juridische voorzichtigheid. Het loslaten van het bestwil-beginsel (zorgverleners mogen ingrijpen in het belang van de patiƫnt, ook wanneer diegene zelf geen ziekte-inzicht heeft of hulp weigert) heeft ertoe geleid dat zorgverleners pas mogen ingrijpen als er sprake is van acuut gevaar. Ernstige verwaarlozing, ontwrichting of een duidelijke psychische achteruitgang zijn onvoldoende reden geworden om hulp af te dwingen. Daardoor wordt er gewacht tot iemand volledig ontspoort.

De gevolgen daarvan laten zich zien. Meerdere fatale incidenten in Amsterdam maakten pijnlijk duidelijk dat signalen al lang bekend waren, maar dat instanties niet ingrepen. Er was niet genoeg handelingsruimte. Als samenleving moeten we erkennen dat dit systeem niet werkt. Versimpeling van de WvGGZ is noodzakelijk om sneller en effectiever te kunnen handelen. Daarnaast zijn meer crisisbedden onmisbaar, zodat mensen in acute nood direct kunnen worden opgevangen. Ook moet het bestwil-beginsel terug, zodat zorgverleners weer mogen handelen in het belang van iemand die dat zelf niet meer kan overzien.

Zelfbeschikking mag nooit betekenen dat mensen aan hun lot worden overgelaten. Soms vraagt goede zorg om ingrijpen, juist voordat gevaar ontstaat. Door eerder hulp te bieden, voorkomen we menselijk leed, ontlasten we de politie en zorgen we ervoor dat zorg weer terechtkomt waar zij hoort: bij professionals die zijn toegerust om mensen in psychische nood te helpen.